
Twee miljoen euro voor weidevogels in Overijssel

Problemen zijn bijvoorbeeld vraatschade van ganzen aan gewassen, het dalende aantal weidevogels en de honderden verkeersongelukken met reeën elk jaar. Maurits von Martels, BBB-gedeputeerde voor landbouw en natuur uit Dalfsen: „We willen ervoor zorgen dat mensen en dieren in Overijssel goed samen kunnen leven. Dat betekent dat we dieren beschermen waar nodig, maar ook actie ondernemen als ze schade veroorzaken of een gevaar vormen.”
De provincie benadrukt dat de investering van twee miljoen slechts een begin is. Van dat bedrag gaat een gedeelte naar herstel van de weidevogelpopulatie, met name voor de aanpak van predatie. De rest is bestemd voor bijvoorbeeld ganzen- en reeënbeheer.
Uitbreiding weidevogelgebieden
De twee miljoen wordt dus gedeeltelijk ingezet voor bescherming van weidevogels zoals de grutto, tureluur en kievit. Die moeten meer kans krijgen om te overleven door uitbreiding van beheer en inrichting van weidevogelgebieden. In veel weidevogelgebieden, ook met veel zwaar beheer, gaan veel nesten en kuikens verloren door predatie. Om dat terug te dringen wordt er daarom op ingezet om de belangrijkste predatoren vos, steenmarter, kraai en verwilderde kat aan te pakken. Uit onderzoeken - en vooral in de praktijk - blijkt dat dit het broedsucces van weidevogels aanmerkelijk kan vergroten. Door nu te investeren in een beter beheer van weidevogelgebieden in nauwe samenwerking met agrarische collectieven en natuurorganisaties wordt er gestreefd naar structureel herstel van de weidevogelpopulaties.
De investering van twee miljoen is een versterking van het onlangs door Gedeputeerde Staten aangenomen Actieplan Weidevogels. Von Martels: „Weidevogels dreigen te verdwijnen in Nederland en dat is zorgwekkend. Met dit geld werken we aan betere leefgebieden, zoals natte graslanden, en pakken we predatoren aan. Alleen zo kunnen we deze vogels behouden voor toekomstige generaties.”
Populatiebeheer ganzen
Voor structureel herstel van de weidevogelpopulatie in Overijssel is volgens GS nog veel meer geld nodig, zoals 3,7 miljoen euro voor inrichting en jaarlijks 6,6 miljoen euro voor beheer van weidevogelgebieden. Mogelijkheden voor extra geld zoekt Overijssel in toekomstige landelijke regelingen, waaronder de 500 miljoen die Den Haag vanaf 2026 jaarlijks wil vrijmaken voor agrarisch natuurbeheer.
In de nu gepresenteerde plannen wil Overijssel ook de schade die ganzen veroorzaken aanpakken. Om de toenemende schade aan landbouwgewassen te beperken wil Overijssel de huidige populatie zomerganzen terugbrengen naar het niveau van 2005. Dat moet gebeuren door middel van onder meer nest- en populatiebeheer.
Jaarlijks zijn er in Overijssel honderden aanrijdingen met reeën. De provincie werkt met de Faunabeheereenheid Overijssel (FBE) en vrijwilligers aan preventie door gevaarlijke situaties op te lossen en onnodig lijden van de dieren te voorkomen.
Het plan past binnen de ambities van het coalitieakkoord Schouder aan Schouder en wordt in januari besproken door Provinciale Staten. Volgens Von Martels werkt deze aanpak alleen als iedereen meedoet: „We pakken dit samen op, met boeren, natuurorganisaties en inwoners. Alleen door onze krachten te bundelen houden we Overijssel aantrekkelijk voor vogels, terwijl we ook werken aan oplossingen voor schade en verkeersveiligheid. Zo maken we Overijssel nog mooier en veiliger voor mens en dier.”
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Ruth van Schriek