Overijssel ziet weinig heil in intrekken latente ruimte vergunningen

Het college van GS wijst daarbij naar de recente uitspraak van de Raad van State op 18 december: ‘Veel gevallen van niet benutte ruimte kunnen daardoor niet meer bij een nieuwe vergunning worden betrokken. Het is nog niet duidelijk hoeveel latente ruimte in de agrarische sector is overgebleven.’
Het college reageert daarmee op vragen die vorige maand zijn gesteld door de Statenfracties van PvdA en GroenLinks in Overijssel. Die zien wel wat in het plan van de provincie Brabant om de latente stikstofruimte in vergunningen in te trekken. ‘Dat heeft weliswaar geen rechtstreeks reducerend effect - omdat die ruimte immers (nog) niet wordt gebruikt - maar het voorkomt wel dat de stikstofemissies toenemen’, vonden de twee fracties.
Uitspraak Raad van State invloed
Volgens het Overijsselse college is er door de recente uitspraak van de Raad van State echter veel veranderd. ‘Waar de referentiesituatie wordt ontleend aan een milieutoestemming, zijn de onderdelen in de vergunde activiteit die niet feitelijk zijn gerealiseerd geen onderdeel van de referentiesituatie. Dus kan met deze latente ruimte niet worden gesaldeerd voor een nieuwe vergunning. Kortom, sinds de uitspraken van 18 december kan bij veel gevallen niet-benutte ruimte niet meer bij een nieuwe vergunning worden betrokken.’
Hoeveelheid latente ruimte
Op de vraag van de twee Statenleden of bekend is om hoeveel latente ruimte het gaat in Overijssel verwijst GS naar het onderzoeksrapport ‘Stikstofanalyses Overijssel’ per diercategorie van Wageningen UR in 2021. ‘Uit dat onderzoek bleek dat de latente ruimte toentertijd varieerde van 17 procent (zeugenhouderij) tot 47 procent (vleeskuikens). Gelet op de ontwikkeling van de dieraantallen in Overijssel verwachten we niet dat de totale latente ruimte sindsdien sterk zal zijn veranderd.’
Weinig kansrijk
Overijssel onderzoekt inmiddels wel welke maatregelen voor depositiedaling nodig zijn om verslechtering van stikstofgevoelige natuur te voorkomen. Daarbij wordt de mogelijkheid om latente ruimte in te trekken nog wel genoemd, maar zo’n maatregel wordt niet gezien als zinvol of kansrijk. ‘Hoewel het intrekken van latente ruimte één van de mogelijke maatregelen kan zijn bij een brede aanpak, leidt dit dus niet tot feitelijke depositiereductie. Daarnaast is dus de mogelijkheid om latente ruimte te gebruiken beperkt door de uitspraken van 18 december.’
Tekst: Lauk Bouhuijzen
Beeld: Ellen Meinen