Kabinet ontwikkelt juridische redeneerlijn voor deelnemers Lbv-regelingen

Deelnemers aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Lbv-plus (met piekbelasting) mogen maximaal vijftien procent van de uitstoot die eerder toegestaan was vanuit de vergunning inzetten voor een nieuwe activiteit. Het beoogde plan was dat deze nieuwe activiteit dan via intern salderen mogelijk gemaakt kon worden. Door de uitspraak van de hoogste bestuursrechter is het echter moeilijker om intern salderen te motiveren.
Landbouwminister Femke Wiersma heeft daarom een juridische redeneerlijn opgesteld. Provincies hebben aangegeven dat zij deze onderbouwing ook in de praktijk gaan toepassen. Boeren die meedoen aan de aan de Lbv-regelingen ontvangen op korte termijn bericht hierover. 'We hopen op deze manier een oplossing gevonden te hebben in het mogelijk maken van de toekomstplannen van een grote groep deelnemers aan de Lbv-regelingen’, schrijft Wiersma in een Kamerbrief.
Daarnaast bekijkt het ministerie of het deelnemers kan helpen om de om de termijnen te verlengen voor de fase waarin dieren en mest moeten worden afgevoerd.
Potentiële reductie van 37 mol
In de Kamerbrief geeft Wiersma ook een nieuwe inschatting over wat de potentiële stikstofreductie van de Lbv-regelingen gaat zijn. Daarbij gaat de minister er vanuit dat 1.300 ondernemers die op de peildatum (11 maart 2025) een actieve subsidieaanvraag hebben, daadwerkelijk gaan stoppen met hun complete bedrijf of met één locatie. Veehouders die voor de peildatum de aanvraag hebben ingetrokken of van wie de aanvraag ambtshalve is komen te vervallen, zijn niet meegenomen in de analyse.
De potentiële depositiereductie komt daarmee uit op totaal 37,02 mol per hectare per jaar. De Lbv-plus zorgt met 33,77 mol voor het grootste aandeel, gevolgd door de Lbv (2 mol) en de Lbv voor kleinere sectoren (1,25 mol).
Ondanks dat de minister niet verwacht dat al deze 1.300 boeren gaan stoppen, geeft het wel een indicatie. 'De drie Lbv-regelingen samen zorgen potentieel voor een forse depositiereductie.
Verschil met vorige inschatting
De totale potentiële depositiereductie die volgt uit de nieuwe analyse is hoger dan bij de vorige analyse', aldus Wiersma. In de oktober was de inschatting dat de Lbv-regelingen zo'n 34 mol aan reductie zouden opleveren.
Volgens haar is dit verschil te verklaren door het feit dat na de peildatum die is gehanteerd bij de vorige analyse de Lbv-plus nog open stond voor het indienen van subsidieaanvragen. Daarnaast heeft van 18 november tot en met 20 december 2024 de Lbv kleinere sectoren nog opengestaan. Voor die laatste regeling voor geitenhouders en kalverhouders was veel animo.
Om Nederland van het slot te halen, is de potentiële reductie van 37 mol niet voldoende. 'Daarom werkt dit kabinet in de ministeriële commissie economie & natuurherstel aanvullend beleid uit om tot voldoende doelbereik.'
Gebruik term 'piekbelaster'
Deelname aan de Lbv-regelingen gebeurt op basis van vrijwilligheid. Toch ervaren veehouders dat zij een stempel 'piekbelaster' hebben gekregen. Dat vindt Wiersma zeer onwenselijk. De Tweede Kamer nam in december 2023 ook een motie aan van Kamerlid Harm Holman (NSC) die het kabinet oproept om na afloop van de aanpakpiekbelasting deze term niet meer te gebruiken.
De minister probeert dit nu ook al, maar geeft aan dat dit niet in alle gevallen mogelijk is. 'De regelingen onder de aanpak zijn nog in uitvoering en als gevolg daarvan kan het voorkomen dat ik in voorkomende gevallen genoodzaakt ben te verwijzen naar de groep die voldoet aan de drempelwaarde van de aanpak piekbelasting.'

Tekst: Bas Lageschaar
Bas Lageschaar groeide op tussen de weilanden in de Achterhoek. Daardoor had hij altijd al belangstelling voor de agrarische sector. Voor Agrio zit hij in de redactie politiek en beleid. Bas volgt het laatste (regionale) nieuws op de voet en schrijft voor de regionale websites en verschillende printuitgaven.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Tweede Kamer