Column: Saneringsregeling moet ook open voor bedrijven in stoppersregeling

Minister Schouten heeft de SRV op 7 januari in een kamerbrief toegelicht. Wat daarbij opvalt is dat ze varkensbedrijven die aan de zogenaamde ‘stoppersregeling’ meedoen uitsluit van de SRV. Waarom? Dit zijn juist de bedrijven met leegkomende stallen die moeten gaan slopen, en die een steun in de rug daarvoor goed kunnen gebruiken. Veel varkensbedrijven uit de stoppersregeling hebben zelf niet de middelen om te saneren. Dat geld hadden ze ook niet toen enkele jaren geleden de ammoniakarme maatregelen verplicht werden, vandaar de gedoogperiode tot 2020. Deze varkenshouders zullen hun stallen na 2020 gewoon leeg laten staan. Of toch vol, met planten.
De uitsluiting van stoppersregeling-bedrijven maakt duidelijk voor wie de regeling in feite is bedoeld. Dit zijn de omwonenden van geuroverlast gevende varkensbedrijven. Om zoveel mogelijk overlast op te lossen komen voor de SRV alleen varkensbedrijven in aanmerking die de keuze hebben om door te gaan. De kanslozen die toch al stoppen worden buitengesloten omdat hun geuroverlast vanzelf ophoudt. Maximaal geurrendement voor de 120 miljoen euro, dat is wat minister Schouten beoogt. Het is haar goed recht, maar laat het ministerie dan ophouden met te doen alsof de SRV een warme saneringsregeling voor noodlijdende varkenshouders is. De maatschappij wordt daarmee op het verkeerde been gezet. Als de regeling niet wordt aangepast moet ze worden hernoemd tot Saneringsregeling Omwonenden Varkenshouderijen (SOV).
Tekst: Fred van den Tempel, Tempel-advies in Lunteren
Beeld: Susan Rexwinkel